200 miljoen extra voor klimaatadaptatie

Tijdens de jaarlijkse Waterschapsdag op 20 maart gaf demissionair minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu aan dat haar opvolger 200 miljoen euro per jaar extra moet uittrekken om toekomstige wateroverlast door klimaatverandering tegen te gaan. Dit jaar stond de Waterschapsdag in het teken van klimaatadaptatie. Schultz van Haegen kwam met haar pleidooi voor een nieuw fonds binnen het Deltaprogramma tegemoet aan de wens van waterschappen, provincies en gemeenten om de overgang naar een energieneutraal en klimaatbestendig Nederland te versnellen. In de gezamenlijke duurzame investeringsagenda Naar een duurzaam Nederland vragen de decentrale overheden het nieuwe kabinet om mee te investeren in nationale programma’s en knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen. Melanie Schultz van Haegen: “Tot nu toe bestaat er een Deltafonds voor waterveiligheid en voor waterkwaliteit. Ik ga de nieuwe minister tijdens de komende overdracht meegeven dat het verstandig is om een 3e financieringsstroom op te nemen, 200 euro miljoen extra voor wateroverlast en klimaataanpassingen in de ruimtelijke inrichting. Hiermee wil ik stimuleren dat de lokale overheden aan de slag gaan met maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. De afgelopen jaren is dit onvoldoende geweest.” Het fonds moet volgens Schultz van Haegen geen particuliere projecten financieren. Gemeenten, provincies en waterschappen zouden eruit kunnen putten om hun lokale maatregelen (mede) te financieren. Zij benadrukte dat het Rijk niet het merendeel van de kosten van de decentrale overheden zal overnemen. Volgens de minister zijn lokale oplossingen maatwerk en een verantwoordelijkheid van de lokale overheden. Zij zullen hun verantwoordelijkheid hierin moeten nemen. Schade terugdringen en tempo maken Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Waterschappen, meldde op de Waterschapsdag dat de waterschappen al jaren bezig zijn om niet alleen de kans op wateroverlast te beperken, maar ook om de schade ervan terug te dringen. Steden en buitengebied worden zo ingericht dat het water tijdens hoosbuien sneller wordt afgevoerd of tijdelijk wordt opgevangen op bijvoorbeeld waterpleinen. Het water wordt vervolgens gecontroleerd afgevoerd of in de bodem geïnfiltreerd. Wel moet er volgens Oosters een tandje bij met het nemen van klimaatadaptatiemaatregelen: zonder extra maatregelen kan de schade door wateroverlast en droogte in 2050 oplopen tot 71 miljard euro. Bron: Unie van Waterschappen, 22 maart 2017



05-11-18